Fytotherapie en klinische homeopathie

Het gebruik van kruiden als geneesmiddelen is zo oud als de mensheid zelf. Archeologen hebben teksten gevonden met beschrijvingen van natuurlijke geneesmiddelen die wel 5000 jaar oud zijn.

Planten zijn onmisbaar in het leven. Zij leveren ons o.a. voedsel, zuurstof en natuurlijke geneesmiddelen. De behandeling van klachten en ziekten met deze natuurlijke middelen wordt de fytotherapie genoemd.

Kruiden kunnen gedefinieerd worden als planten die geschikt zijn voor culinair of medicinaal gebruik. In de hele wereld is er een groeiende belangstelling voor de fytotherapie. Het risico of bijwerkingen van conventionele geneesmiddelen is vaak een reden om over te stappen op mildere plantenremedies.

Fytotherapie wordt vaak verward met homeopathie. In de fytotherapie wordt het werkzame plantendeel verwerkt tot een gebruiksklaar geneesmiddel (capsule, extract, tinctuur, tablet). Homeopathie is er in twee vormen: de klinische- en klassieke homeopathie. Bij een homeopathisch middel wordt de stof dusdanig verdund en geschud (gepotentieerd) tot er geen molecuul van de plant of andere stof heel blijft, alleen de energie van de stof blijft over. Hoe meer gepotentieerd, hoe hoger de potentie (D30, D200, C200, etc). In de klinische homeopathie blijft er nog iets van de werkzame stof over, er wordt minder verdund en geschud. Dit zijn de lagere potenties D3, D6, D12. Deze homeopathische middelen zijn verkrijgbaar bij apotheek, drogist en reformzaak. Voor klassieke homeopathie kunt u terecht bij de daar toe opgeleide klassiek homeopaat.

Fytotherapie is een ‘zachte’ geneesmethode. Dat wil niet zeggen dat het langzaam of slechts gedeeltelijk werkt. Met ‘zachte’ geneesmethode wordt een methode bedoeld, die een minimum aan bijwerkingen heeft. Ongeveer 30% van alle in omloop zijnde (reguliere) geneesmiddelen zijn synthetisch nagemaakte plantenbestanddelen of worden uit planten gewonnen.